Lourdes, Lourdes

Een missie

Avonturiers met een missie, dat zijn Karel Verhoeven en Elias De Brauw. Zowat vier maanden terug maakten ze een roadtrip naar Lourdes om de wereld te verbeteren. Vandaag zijn ze te gast in het Museum aan de Overkant om hun wedervaren te verslaan in de vorm van een roadmovie.

Lourdes

Ik was erbij toen zij destijds met die bestemming op de proppen kwamen. En ik werd ook even ingezet. De belhamels namen deze arme suppoost wel in het ootje. Groot was toen de schok om onvoorbereid en holderdebolder mijn reiskoffer te moeten inpakken, l’Autoroute du Soleil op. En daarbovenop de vrees om van de ene op de andere dag het museum achter mij te moeten laten zonder zaaltoezicht. Gigantisch was de opluchting toen bleek dat er ook een Lourdes in Oostakker ligt. Net als Gibraltar in Outryve, Klein Rusland in Zelzate en Buitenland in Bornem.

Daar in het nabije Oostakker was ik getuige van hun verdere plannen. De ultieme bestemming om hun boodschap uit te dragen moest het Zuid-Franse bedevaartsoord worden. Al hun vragen over ons mensbeeld zouden ze beantwoord zien aan de Lourdesgrot. Of dat was alvast de hoop. Een voorstel dat door de collega’s van het verdiep enthousiast werd onthaald en waarbij de suppoost godzijdank door de mazen van het wegennet glipte, honkvast als hij is.

Flashback en flashforward

Ik krijg de gelegenheid om vanuit een scherpe hoek de film mee te volgen. Een eerste, ruwe montage, zo blijkt. Na het bekijken van de film wordt er flink wat gepingpongd door de wijzen rond de tafel. Af en toe wordt mijn aandacht afgeleid door de sappige huig-r van de twee avonturiers. Nee, ze kunnen hun Gentse afkomst niet verloochenen. Ja, ik hoor ze graag bezig, die twee.
Middenin de discussie over de spanningsboog in de film veert beroepsroker Elias op en gaat buiten een sigaret opsteken. De bespreking gaat verder, over opbouw, flashback en flashforward. Ik herinner me ook wel films gezien te hebben waarin een loopje wordt genomen met het verloop in de tijd. Zo van die films die beginnen met het einde en je dan om de haverklap heen en weer katapulteren tussen wat komt, wat is en wat was. Vooruit, achteruit, alles dooreen gehaspeld, vergeef me. Het is arbeiden voor de kijker. Puzzelen en monteren in je hoofd. Ik ben geen kenner maar desalniettemin kan ik niet ontkennen dat een filmmaker daar toch een grotere spanning uithaalt.

Het is wachten

Al die film-technische overwegingen en discussies buiten beschouwingen gelaten weet ondergetekende ondertussen wel hoe het Karel en Elias is vergaan. Maar loyaal aan mijn werkgever hou ik de kaken op elkaar. En dat nog voor pakweg driekwart jaar. Het is wachten op Bloedtest.

Si – Fa#, wat doet dit met een mens?

Si – Fa#

‘Waarom moet het in ‘si – fa#’ zijn?’, vraagt Diederik aan Kris. ‘Omdat ik dat zo mooi klinken vind’, repliceert deze laatste onverzettelijk, zijn mondhoeken lichtjes naar omhoog neigend. Diederik overpeinst die keuze binnenskamers. Aan de overzijde van de tafel lacht Pol kameraadschappelijk, genietend van deze conversatie.
Als suppoost mag ik deze morgen mee aanschuiven aan de vergadertafel aan de Overkant. Mijn collega’s nodigden drie musici uit voor een brainstorming rond de Walking Opera, onder welke vorm het Bloedtestproject uiteindelijk moet doorgaan.
‘Mij best’, gaat Diederik verder, ‘maar dat is een delicate opdracht voor de zangers; bij het verspringen naar een hogere octaaf kan dat een stembreuk veroorzaken’. Een stembreuk? Ik schrik me ei zo na een liesbreuk. Ik die dacht dat onheil ophield bij been-, maag- en andere wolkbreuken.

Salvo’s

Terwijl ik koffie serveer voor de heren, vuren ze allerlei muzikale termen af om me heen. Behendig voor mijn leeftijd – en dat ondanks mijn houterig voorkomen – kan ik de salvo’s nog net ontwijken. Maar ik slaag er helaas niet in om bij de les te blijven. Gesamtkunstwerken, circulaire bewegingen, peripeteia’s, distortions, diminuendo’s en andere fading outs…, ik kan hen niet bijbenen maar daar liggen zij niet wakker van.
Als je ze loslaat zijn die klankenbouwers en toondichters onder elkaar al even erg als hun equivalent, de beeldende kunstenmakers. En of ze een boom kunnen opzetten over hun kennis en praktijk. Een heel bos! Maar toegegeven, mijn scherpe observatie zegt me dat het geen loze praat is. Muziek maken en spelen is duidelijk geen gratuite bedoening.
De modeste zaalwachter houdt zich echter ver van dat hele denkproces. Muziek is een zaak van het oor, niet?

Muzikale wateren

Muziekdocent en muzikant Kris doorzwom reeds vele muzikale binnen- en buitenwateren. Hij heeft een uitgesproken mening, denk maar aan die ultieme ‘si – fa#’ combinatie waar hij onder geen beding van afwijken wil. Diederik, eveneens docent, componist en dirigent, praat al even passioneel. Bedaarder van aard is Pol. Hij is wat ze hier aan de Overkant een ‘sound wizzard’ noemen, een klankentovenaar en knoppendraaier die zijn hart verpand heeft aan elektronica en daar ook alles van af weet. Hij kan het kluwen van kabels en muzikale ideeën ontwarren, wat de andere twee vertrouwen lijkt in te boezemen, nu ze de begane paden willen verlaten.
Dit zijn duidelijk mannen met goesting. En jeetje, die slaat over op mij.
Binnenkort gaan ze alle mogelijke hoeken van het Museum dr. Guislain verkennen en testen op hun akoestiek. Eerlijk, ik wil wel een vrije dag opofferen om erbij te zijn. En even onder ons: mijn eergevoel is zo rekbaar als een elastieken bungeekoord, zelfs met de status van slippendrager neem ik genoegen.

De cruciale vraag

Op dit ogenblik is er echter één cruciale vraag die me tergt en onbeantwoord blijft: kan iemand me in hemelsnaam vertellen hoe een ‘si – fa#’ akkoord klinkt en wat het doet met een mens?

Kwaliteit

Kwaliteit

‘Kwaliteit’, zegt de man uit Ieper, bij wijze van verwelkoming. Ongewone en grappige omgangsvormen komen hier wel vaker voor, sinds ik jaren terug in het vak van suppoost aan de Overkant stapte.

Comfortabel

Dominique Beun is zijn naam. Hij woont in Ieper, fantaseert en tekent in Wervik, en neemt altijd een trein te vroeg. ‘Je kan er donder opzeggen dat ie weer een tiende etmaal te vroeg zal zijn’, hoorde ik mijn collega van het eerste verdiep nog zeggen. Een gewaarschuwd suppoost is er natuurlijk twee waard. En zo geschiedde: het vredige ochtendgloren werd aan stukken gereten door mijn alarmklok, op zich al niet mijn beste maatje. Een rustig ontwaken aan het zuiderse Vandaleplein zat er deze keer niet in voor mij.
Op de koop toe blijkt zijn compaan, kunstenmaker en manusje van-papierwaren-tot boeken-en-woordentovenarijen, Christoph Bruneel zijn evenknie te zijn. De slaapvouwen op zijn gelaat blijken al uren weggewist. Al even matineus is hij, en ervan overtuigd dat de ochtenden de verbeelding het beste dienen.

Ondanks het prille uur voelt de ontmoeting meteen comfortabel aan. Dominique kijkt me schalks aan en Christoph vervolgt meermaals met een bulderlach: zo’n kanjer van een lach die piekt, schokt en trillingen veroorzaakt. De kasseien op het Vandaleplein dansen zich los van hun voegen. Of ligt het aan mij, nog bekomend van het onhebbelijke uur?

Strijd tegen het kwaad

Wanneer de Sint-Maartensklok negen uur slaat zijn de twee reeds diep in een verhaal verzonken. Een verhaal over en met ‘de meisjes’ en niet te vergeten… ‘kwaliteit’!
Een van mijn collega’s – kunstenkenners vervoegt hen. Ze hebben het over een ruw scenario. Over zinnen. Ondertussen, vanuit mijn geliefde actieterrein, het achterplan, spits ik de oren en stel de blik af op zijn scherpst. Vanuit dit statuut en positie leert de suppoost veel bij in de luwte.

Ik vis woorden op, pijlers binnen hun verhaal. Ze hebben het over de goeden. En over de slechten. De goeden, dat zijn de meisjes, die wellustig copuleren en kinderen dragen. De slechten dat zijn de volbloedvampiers, die de vrouwen van hun kinderen beroven, en die opvreten. De meisjes gaan bijgevolg en over tot de strijd tegen het kwaad.

Perfectie

Tot ik plots een Latijns aandoende zin meen waar te nemen, iets als ‘In Perfectio Nihil Anima’. Ik haal mijn Smartphone erbij en probeer via de vertalingsmachinerie tot een aanvaardbare vertaling te komen. ‘In perfectie schuilt de leegte’ moet het zowat zijn. De zin pakt me bij mijn kraag en zet me aan het denken. Vast voor lang.

Groeten de mannelijke suppoost.

Knuffelende Panda’s

Knuffelen

Het plein voor het Museum aan de Overkant is erg stil. Ik vertrek vroeg naar één van onze buitenposten: de Koffie galerij in Lichtervelde.  Onderweg hoor ik ‘De bende van Annemie’. De gaste in de radiostudio ergert zich blauw aan de betutteling in het Rust en verzorgingstehuis waar ze verblijft: ‘We gaan nu slapen bolleke! Hoe gaat het vandaag schatje? Gaan we onze kleertjes aan doen? Precies alsof die verzorgster samen met mij slaapt of haar kleren aan doet…

Complimenten

Het eerste wat ik zie in het keramiek atelier van de Beelderij,  zijn twee grote panda’s in de vitrine. Ze staan te knuffelen alsof hun leven er van afhangt. Ik duw de voordeur open en val binnen midden in een koffiepauze.
Je hebt daar een schoon rokje aan, schatje, zegt een van de kunstenaars. Een andere haast zich om er nog een schep boven op te doen: dat kettinkje staat jou goed. Maar ja, met jouw lijntje sta je met elk kleedje.
Ik ben nog geen vijf minuten binnen en de verkleinwoordjes vliegen me rond de oren. Dat betuttelen vind ik helemaal nog niet zo slecht. In de gewone wereld gooien ze doorgaans minder met complimenten.

Fileren

Franky Delaere staat op het terras buiten. Vandaag draait het allemaal om hem. Hij maakt het beeld van de reus met het syndroom van down. Nerveus trekt hij aan zijn sigaret. Hij spiegelt zich in het raam en kijkt of zijn haardos in de plooi valt. Er komen een aantal mensen kijken naar de maquette. Franky is duidelijk nerveus, typisch een kunstenaar tijdens een atelierbezoek… Anderen komen zijn werk, en dus zijn ziel, fileren!
De benen en de voeten zijn in doeken gewikkeld. Het beeld wordt zachtjes ontdaan van zijn zwachtels. Het heeft iets weg van een ziekenhuisscene. De hele entourage staat te kijken naar de minutieus geboetseerde reuzenvoeten. Het model, de danser, kijkt met verbazing naar zijn eigen. Handen, voeten en lippen laten geen twijfel bestaan: het beeld lijkt sprekend op Kobe.
Een olifant is gemakkelijker, zegt Franky. Die heeft geen vingers en tenen.

Een paradijs

Ik luister, observeer en hou de wacht in de beeldenkamer. Het staat bomvol met breekbare figuren, dieren en schalen.  Ik moet denken aan ‘Het gebochelde mannetje diep in ons’ van stefaan Hermans en aan Maen Florin. Dit vertel ik zeker aan mijn baas. Zij moeten dit zien! Dit is een keramiekparadijs… met veel koffie en een schat aan verkleinwoorden.

Groetjes,
de vrouwelijke suppoost

Een kunstwerk is als een zwangerschap

Flexibiliteit.

Wat een woord. Je hoort het overal.
Flexibel werken, flexibel zijn. Bij ons is een ‘flexible’ iets wat loodgieters gebruiken. Ik vind het een ingewikkeld woord. Net als mobiliteit. Soepel blijven en bewegen, dat is het.
Suppoost? De mensen kijken meewarig en onderdrukken een geeuw.
Acht uren per dag slapen op een stoel, in een blauw apepak, verborgen in een hoek van het Museum aan de Overkant?
Neen hoor. Bij ons zit het er niet in. Vandaag werk ik op verplaatsing.
Is sta een uur vroeger op. Ik ben mobiel, maar mét vertraging. De Belgische treinen rijden bijna nooit stipt. Vandaag werk ik echt aan de Overkant in het museum van de psychiater. Dokter Guislain is bekend. Het is daar heel indrukwekkend. Je ziet de patiënten niet maar je hoort ze wel.

Angst voor een  beperking?

We verwachten drie artistieke dames. Ze arriveren elk van een andere kant. Eentje zelfs helemaal uit Goes. De ene is groot, de andere is zwanger en de derde is aan de nerveuze kant. Na wat heen en weer geklets (‘je hebt een mooie jas aan’, ‘je haar zit goed’, ‘je buik wordt rond’ en ‘wat een mooie gele kleur heb je aan’), duiken ze in een boek met brieven. Ze schrijven elkaar brieven. Over zichzelf, over moeder zijn, over een test doen als je zwanger bent, over een kind krijgen als je een beperking hebt, over foto’s maken en een gedicht, over zingen en zoeken en aanraken ook… Durf jij iemand aan te raken met een beperking? Er zijn mensen die dat niet durven. De verbazing is groot. Maar ja, het bestaat, die angst voor een beperking.
Ik geloof het wel. Het is soms ook echt vreemd…

Een kunstwerk als een zwangerschap.

Het zijn drie schone dames. Ze kletsten honderduit en lijken elkaar te vertrouwen. Eén zegt: een kunstwerk is als een zwangerschap. Iets wat zich opbouwt. De stoffen in je lichaam veranderen. Ons kunstwerk zou een soort navelstreng kunnen zijn. We kunnen zien hoe het groeit.
De tijd vliegt. Ze begrijpen elkaar goed en babbelen honderduit. De ene wil een film maken, de andere een foto en de derde wil zingen. Ze duiken weer in die brieven. Elke brief is zorgvuldig vastgeplakt. Ook de enveloppe. Telkens wordt de datum er mooi bij geschreven.

Brieflezende vrouw in het blauw

Ik luister, ik kijk, ik geniet en ik denk na. Hun boeiende babbels, de sfeer en natuurlijk het geel van hun kledij, doen mij terugdenken aan het werk van een schilder dat ik eens zag op één van onze andere tentoonstellingen. Ik bewaak, loop rond, kijk naar de mensen. En…, ik lees alle titelkaartjes, niet één keer maar honderden keren. Ik ben het niet vergeten. Dat schilderij was dan ook heel bijzonder: een ‘brieflezende vrouw in het blauw’ van Johannes Vermeer. Ze staat in een kleine kamer. Ze heeft een bolronde buik, staat bij een raam en leest een brief. Het licht komt naar binnen in de kamer door het raam links. Achter haar hangt een grote wereldkaart. Ik heb er nogal wat verhalen bij verzonnnen: over haar zwangerschap, over haar lief die haar alleen laat en de wereld rondreist, over die kleine kamer waarin ze opgesloten lijkt te zitten en over de baby in haar lichaam. Vermeer schilderde niet alleen vrouwen die brieven schrijven of lezen, hij gebruikte ook graag geel. Denk maar aan het hoofddoek en de jas van dat beroemde meisje met een parel of aan de gele bloes van dat meisje met de melk.

Tot spoedig

De dames van de brieven slaan de boeken toe, ze omhelzen elkaar en blijven praten tot ze ver buiten de grote poort van het museum van de psychiater zijn. Ik hoor ze nog net roepen: ik schrijf je snel, en begeef me dan soepel in de richting van de trein. Hopelijk komt die stipt.

Groeten de vrouwelijke suppoost.

in het hart van Moeder Aarde!

in het hart van Antwerpen

een suppoost in ziekteverlof, het is geen grote ramp. Maar ons museum aan de overkant is in personeelsbestand niet te vergelijken met de andere musea in Vlaanderen. En ik meen van onze chef te begrijpen dat wij geen erkenning hebben als museum, zelfs niet aan de overkant. Wij kunnen echt niemand missen of moeten het volledige werkkader herorganiseren. Ai ik voel me nu wel een beetje schuldig. Het is dan ook mijn plicht om contact te houden met een aantal kunstenaars die aan het werk zijn in Antwerpen. Ze zijn in volle voorbereiding van de Walking Opera: Bloedtest…

In donkere grotten.

Hun eerste  filmdag in Antwerpen zit erop. Het was ongelooflijk, onvoorstelbaar, en nu ook onuitwisbaar!!! Een mens weet terug waarom hij leeft… daarom dus.
Om op die veel te dunne grenslijn te lopen, om van het begin in het oog gehouden te worden door flikken en bewakers… om af te tasten hoe ver ons geluk gaat en dan te voelen dat we het geluk volledig aan onze kant hebben… “We liepen blootsvoets , wadend door het water in donkere grotten onder moeder aarde. Het was in 1 woord SPECTACULAIR!!!!!!”

In het hart van Moeder Aarde.

“… te bedenken dat het ons gelukt is met wonderlijke toestemming op de werf bij de monsterlijke Antwerptower-werf te graven naar de Grote Reuzin in het hart van Moeder Aarde! Dat we in dat opgeblazen ‘Beast’ op het Astridplein een legendarische exploratie hebben gemaakt en dat de finale in de ZOO-apengrot gelukt is! Wat een spanning! Zo veel dank aan documentairemaker Yoeri en zijn klankenman Bert! Immer inspirerende Marc (van theater Stap), zonder uw ‘terhulpschieting’ hadden we de strikte timing echt niet gehaald.”

Afdeling podiumontdekkingsreistheateroperaliteratuur

Als suppoost kijk ik vanuit mijn ziektebed toe en kan een traan niet bedwingen.
Lang leve Superster Hazina! Lang leve Pieter onze wolvengids en opperbeste Snarenmaker! Lang leve onze muze en super geëngageerde kunstenares Geertje! Lang leve Peter meester van de Afdeling podiumontdekkingsreistheateroperaliteratuur.

Wordt vervolgd op deze site en ook op de Walking Opera: Bloedtest

 

 

 

 

 

 

 

Groeten,
De suppoost met knieprobleem

Kunstenaarskoppels

Bewaken van de traagheid

Museum dr. Guislain, 10 uur. Het aanhoudend snerpend geluid van een slijpzaag verspreidt zich vanuit de verste vleugel. Ik, die hier en nu stilte had verwacht, krijg er nog het gedram van hamer en beitel bovenop. Goeiemorgen!
Als een snelwandelaar loop ik me los van Laurence en Tony, het teisterende geluid tegemoet. Tot mijn grote verbazing stuit ik op de daders: de frêle Robbert met hamer in aanslag en Frank, de cirkelende zaag opzwepend.
Laurence en Tony hebben geen haast. Nooit. Ze houden een trage tred aan en arriveren later op de plek van afspraak. Ik stoor me er niet aan, het past bij mijn aard van zaalwachter: het bewaken van de traagheid.

Kunstenaarskoppels

Laurence en Tony zijn naast een koppel kunstenaars ook nog eens een koppel geliefden. Ze komen hier samenwerken met een ander koppel kunstenaars, zonder liefdesband dan wel. De ene keer heten die Robbert & Frank, de andere keer Frank & Robbert. Gek. Maar de suppoost is niet van gisteren, hij heeft dit naamspelletje wel door. Het moet zijn dat beiden huiveren van enige heerschappij tegenover elkaar. Dan maar om beurten de eerste zijn. Ze bestaan in soorten en tinten, die kunstenaarskoppels.

Een bunker.

Sneller dan ik kan waarnemen schieten Tony en Laurence uit de startblokken. Naadloos sluiten ze aan bij het andere stel. Tony staat oog in oog met mij en kijkt me doordringend aan. Even voel ik me ongemakkelijk. Tot blijkt dat hij zijn ideeën aan het uitbroeden is. Een moeilijke bevalling; Frank schiet hem te hulp.
Laurence maakt schilderijtjes vol citaten, onverstoorbaar. ‘Maternal blood. Placenta’, dat heeft natuurlijk alles met die Bloedtest opera te maken. Wat verderop slaat Robbert een vloertegel aan gruzelementen. Hij merkt mijn onderdrukte nieuwsgierigheid op. ‘Op weg naar een bunker’, vertelt hij me. Verbijstering gooit mijn bakkes open. Moet hier in hemelsnaam een bunker opgediept worden? Of bouwen ze hier straks een bunker in de achterkamer van het museum? De wonderen zijn de wereld nog niet uit!

Op de barbecuegrill

Nog maar weinig gaf ik mijn ogen zo de kost en ik schep er nog genoegen in ook.
Hier staat iets opwindends te gebeuren. Terwijl de ene piekerend ijsbeert, graaft de andere wat verderop een kuil doorheen de vloer. Net wanneer de ene de verstilde weg lijkt op te gaan, rijt de andere de stilte aan stukken. De wisselwerking kantelt in alle richtingen, het is waanzinnig leuk om zien. En … zet je schrap; zelfs kleiwerken worden hier gebakken op de barbecuegrill.
Ik sta midden op een kruispunt van energie en chemie.
Mijn dag kan niet meer stuk.

Groeten,
de mannelijke suppoost

Een wereld zonder beperking

Een wereld zonder beperking

Ik ben weer aan de overkant. Gisterenavond kon ik niet slapen. Schapen tellen helpt allang niet meer. Ik volg soms de wijze raad uit het boek ‘Nachtoog’ van Erik Oger. Hij schrijft over slapen, wat we eigenlijk allemaal weten: denk zeker niet aan wat je allemaal nog moet doen. Maar Oger hielp gisteren niet en ik keek met mijn ‘nachtoog’ naar de wekker. Die tikte verder de nacht in. Dan maar lijstjes maken in dat warrige suppoostenhoofd van mij: ik stap in de auto en neem mee…

Ongewoon in een museum

Deze morgen ben ik Tony Coopman en Laurence Demets gaan halen. Ze rijden mee in de auto naar het museum van Dokter psychiater Jozef Guislain. Samen met Robbert&Frank/Frank&Robbert werken ze in het atelier in Gent. De vier kunstenaars werken mee aan een opera: Bloedtest*. Ze bouwen, schilderen, zagen, kappen en boren. Dit is ongewoon in het museum. Meestal is het hier heel stil en deftig. Het is niet direct een plek om luid te lachen. Zij brengen letterlijk leven in de spreekwoordelijke brouwerij. Hoewel, een brouwerij kun je het hier niet noemen.

Een curiositeitenkabinet

De vier kunstenaars zetten zich rond de tafel in het atelier.
Robbert heeft een put (putje) gemaakt in de vloer van het museum. Met hamer en beitel en pakken geduld, graaft hij de bodem weg. Tot voorbij het beton.
Laurence zit aan een heel laag tafeltje op een heel klein krukje. Ze schildert geconcentreerd paneel na paneel. Niets lijkt haar van haar stuk te brengen. Op elk paneel moet en zal een ‘moederkoek’ komen.
Frank boetseert een prachtig paardje in klei, zaagt en boort en gaat het eten halen. De energie spat in het rond.
Tony bewondert hem mateloos en commandeert grenzeloos. Het maken kan zijn super, snelle creatieve brein niet volgen. Ze maken kleine wapens, een doodshoofd, een ketting en een poëtische wandelstok van een tak van een boom. Het dode atelier is omgetoverd tot een werkplek en een schatkamer. Ik hou me stil bij dat curiositeitenkabinet in wording en beperk mijn taak als zaalwachter.

Samenwerken wordt onderzocht

Als er bezoek komt van de universiteit van Gent, hoor ik Robbert zeggen: we weten nog niet of het een bunker of een schuilhut wordt. We begraven onze schatten. We graven en vinden of begraven onze kunst. Wie weet, binnen honderd jaar ontdekken futuristische onderzoekers de wondere wereld van Tony&Laurence en Robbert&Frank/Frank&Robbert. De studente en de assistente van de universiteit van Gent knikken en luisteren geïnteresseerd. Ze onderzoeken hoe de kunstenaars samenwerken.

*Bloedtest

Groeten
de vrouwelijke suppoost

Slow en Wild

Slow en Wild

Wat een zalige zomer. Een ideaal moment om alle sleur te bannen en onder te dompelen in een zorgeloos bestaan. Niet toevallig lees ik nu in een life style magazine een pleidooi om langzamer te leven. Sinds eind vorige eeuw proberen aanhangers van de ‘Slow’ beweging ons te overtuigen kalmer aan te doen. Slow met de bedoeling trager te reizen, trager te eten, trager te werken, … om zo ons leven prettiger maar vooral intenser te maken. Het lijkt er erg op dat ze hun pleidooi verliezen. Onze samenleving dendert rusteloos voort als een sneltrein, nimmer op tijd.
En hoewel ik bewondering heb voor het mateloze energieke leven dat de staf van ons Museum aan de Overkant aanneemt, ook bij ons mag het af en toe wat ‘langzamer’, het kan een meerwaarde zijn.

De tijd op zijn knieën.

Een onweerlegbaar voorbeeld van ‘slow’ is de The Wild Classical Music Ensemble. Woensdag laatst kwam de band bij ons een dag werken aan de lay out van de hoes voor de nieuwe LP. De traagheid van deze groep werkt aanstekelijk. Hoe ze elkaar intens en lang begroeten, hoe ze genieten van een kop koffie, hoe traag de fotoshoot verloopt maar wat een intense beleving! En ja, er loopt veel verkeerd die werkdag maar hun ‘slow’ levenshouding dwingt de tijd op zijn knieën. Het komt allemaal wel in orde.
Ze nemen dan ook twee jaar tijd om hun nieuw album te maken en te presenteren. Wie kan dit nog in deze dwingende snel consumerende tijden?

Traag maar gracieus.

Soms zie je ergernis op het gezicht van de roadies en de coaches. Het zou toch allemaal wel wat vlotter en sneller kunnen gaan? Of niet? Vanop een afstand geniet ik hoe fluitist en zanger Johan gewoon niet te versnellen valt. Hij bepaalt zijn ritme immer en altijd. Ook uniek is zangeres Linh die haar lichaam traag en gracieus door de ruimte beweegt. Haar grote ogen en trage stem kijken je aan en smeken om rust. Even lijkt het of Seba, de bassist de lont aan het vuur steekt. Hij houdt van ambiance en met zijn stuwende ritmes kan hij een groep mensen op stang drijven. Maar vergis je niet, na een intens moment kiest hij resoluut voor slow. En die roadies en coaches dan? Wel ik zie die ’s avonds altijd ongelooflijk content en voldaan vertrekken. En, ze komen altijd terug.

De release van het nieuwe album is gepland in februari 2019 site The Wild

Groeten: de suppoost met een knieprobleem

Een weckpot met snoepjes

Een weckpot met snoepjes

Ik kom op de laatste knip aangerend van de overkant. Ik ben nog snel wat extra kopieën gaan halen en breek haast mijn voeten met hoge hakken op de brute kasseien van het prachtige begijnhof van Kortrijk. De Sint – Anna zaal is gerestaureerd. De ziel is er een beetje uit maar het comfort is verdubbeld. Heel propere toiletten, zonnestores met elektriek, een toog met drie frigo’s en een belichting waar we in het museum alleen maar van kunnen dromen. De dichters hadden snoepjes beloofd en inderdaad een weckpot staat midden het podium te lonken.

De taal van dichters.

Door het open raam hoor ik de dichters de micro’s testen: ‘Wij breken ons AF – bouwen ons OP – remmen los en overkop’; ‘ ik heb geen uur – betaal geen huur – ik heb nog tijd – de weg toch kwijt’. En dan hoor ik die vrouwenstem: ‘behandel mij – voorzichtig want – een wijf glorieus – is heilig zand….’.
Ik schrik niet meer van de taal van de dichters. Ze komen vaak aan huis in ons Museum aan de Overkant. Maandag laatst hebben ze nog een hele dag gerepeteerd.
Geleidelijk aan stroomt het volk naar binnen. Alles lijkt in orde.

We zijn allemaal op weg.

De baas van het museum zit aan de draaitafel vanavond.
De kapitein van het dichterstrio zit op een bankje en maakt geconcentreerde roeibewegingen. De matroos komt van achter het publiek vandaan, de zaal binnen gestrompeld en de muze van die twee staat half verscholen op het podium.
Het geluid van water neemt toe. De mensen kletsen verder. Sommigen zijn nog verdiept in de lectuur op hun gsm. Ik zit op de punt van mijn stoel en begin zachte ‘sssst’ geluiden te produceren. En dan klinkt ‘The road to nowhere’ van Talking Heads luid door de zaal. De baas draait de volumeknop steeds hoger en het geroezemoes verstomt. Dit is muziek met een vrolijk dansritme. We zijn allemaal op weg. Tja, waarheen?
Ik heb er zin in. De drie dichters duidelijk ook. Ik krijg weer tranen in mijn ogen. Ik kan het niet helpen. De eenzaamheid der stilte gaat door merg en been. Telkens weer. ‘Eenzaamheid waait over op een mens in de drukke file van de snelweg…’ . Je moet er maar opkomen om zo iets neer te schrijven.

Onbevredigbare woordenjagers.

Ik heb vorig jaar gezien hoe ze gedichten maken. Tijdens mijn suppoostenjob op de poëziezomer van Watou, zag ik hoe de drie dichters elke bezoeker in hun huisje uitnodigden. In ruil voor een woord of een zin, kregen ze een snoep uit een grote weckpot. De dichters noemden zichzelf onbevredigbare woordenjagers… Met een tattoo van poëzie, branden ze hun woorden in jouw hersenpan.
Zo mooi als zij zeggen: Al lijken wij ver. Bij elkaar zijn we dichter.

Lied voor de grootjuffrouw

De Sint- Anna zaal is onder tussen een sweat shop! De warmte van buiten vult de zaal van binnen. De graad van enthousiasme stijgt mee. Als de vrouw zegt:
‘Als een weckpot met snoepjes op een plank hebben wij elkaar in ons kamertje gevonden’ , draait de baas de plaat van Anna Homler. Met een pracht van een stem, zingt ze onverstaanbare woorden: Gu-She-Na-Di. Het lijken wel Kenny klanken. En de vrouw neemt de weckpot. De dichters delen snoepjes uit. Het publiek kijkt verward en geamuseerd toe. Iedereen eet met smaak een snoep der poëten. Ondertussen murmelen ze ‘and may the lord refresh you…’
De dichters dansen zelfs op de Messe pour le Temps Present. Wie zou daar geen goesting van krijgen? Béjart moest het weten en Pierre Henry ook.
Ze krijgen een luid applaus. Het blijft maar duren en de dichters komen terug. Met een dubbellied voor de grootjuffrouw. Serieuze gedichten versmelten met de sfeer van een feest. De hele zaal zingt mee. Met een snoep in de maag en een tattoo in het hoofd gaan we moe maar tevreden én samen naar Nergens.