Is er nog plaats voor Oskar?

Oskar, de laatste vliegenier?

Nog nooit zo’n bijzondere persmeeting bijgewoond. Glashelder was het niet, eerder een gerucht over ‘een piloot met het syndroom van Down’ en een rode lijn. Ik ben het gewend bij artistieke processen wat geduld te koesteren en zelf ook wat moeite te doen om de actie te begrijpen, en dan komt alles goed. Zoals de Wild Classical Music Ensemble op hun nieuw album zingt: “tout va bien se passer”.
Plaats van afspraak was de piepkleine luchthaven Kortrijk-Wevelgem. De mannen van kunstkollektief Het Pakt hadden een rode lijn op de grond aangebracht waarop het publiek en de pers moest plaats nemen. Buiten zagen we een sportvliegtuig startklaar staan. Wat staat hier te gebeuren dacht ik net, toen trompetgeschal klonk. Twee witte figuren kwamen de trap af met tussen hen in de piloot Oskar.

Oskar maakt statement?

Enkele ogenblikken later stonden we met zijn allen op de tarmac bij het vliegtuig te luisteren naar Oskar die zichzelf voorstelt als de eerste- maar tegelijk ook de laatste piloot met syndroom van Down. Maar van vliegen komt niets in huis. Oskar spreekt in naam van personen met een beperking. Hij vraagt aandacht voor een heel pertinente vraag. Is er in de toekomst nog plaats voor mensen met een beperking in onze samenleving? En zo ja, vraagt hij terwijl hij de toeschouwers in de ogen kijkt, welke mag die dan wel zijn? Het antwoord is voor mij eenvoudigweg ‘Ja’. Maar schroom slaat toe wanneer de twee witte mannen Oskar helemaal inpakken met een lang rood lint. Streep erdoor, weg met Oskar!

Oskar trekt de lijn.

Dit vliegproject verwijst naar de technische en medische ontwikkelingen in onze huidige tijd. Iedereen vindt het wellicht fijn wanneer er oplossingen komen tegen dodelijke ziektes of dat er voorkomen wordt dat we een ziekte of handicap krijgen. Maar ik begrijp best dat deze vooruitgang ook nare gevolgen kan hebben …
Intussen heeft het vliegtuig zich klaar gemaakt en beslist uit te vliegen. Het is een vreemde start waarbij tijdens het opstijgen een lange rode vlag wordt opgepikt waarop in witte letters: bloedtest. Het vliegtuig zal met deze lange wapper symbolisch een lijn trekken (vliegen) over de lengtemeridiaan 3°21’ verwijzend naar trisomie21 of Syndroom van Down.
Dwars door West Vlaanderen van Spierre Helkijn naar Knokke en terug. Benieuwd hoe de mannen van ’t Pakt hier mee verder werken?

“alles wat we doen komt uit gevoel”

‘Gij zijt ne knappe gast’, zegt ze tegen mij, terwijl ze mijn private radius betreedt en me recht in de ogen kijkt. Ik loop net niet rood aan maar sta perplex. Dit is een suppoost nog nooit overkomen. Daar kun je donder op zeggen. Vraag het maar na, van Moma tot Louvre. En zeggen dat we hier nog maar pas aangekomen zijn. Binnen de seconde neemt een zalig gevoel over en maakt me aan het lachen. Hier in Turnhout is dus wel een en ander mogelijk.

Ze heet Els, heeft Down en is actrice bij Theater Stap. Marc, de artistiek directeur van Stap stapt de conversatie tegemoet. Plagerig gaat hij de concurrentie aan. ‘Ik denk dat ik toch knapper ben, Els’. ‘Nee hoor’, zegt ze overtuigd. Duidelijke taal. Onomwonden, eerlijk, right into the face en van een hoge gevoelsfactor.

Van de halve en de hele

Dat ze het gevoel hier hoog in het vaandel dragen, wordt ook tien minuten later duidelijk wanneer we in de repetitie worden gedropt. ‘Het spektakel van de halve en de hele’, is wat hun performance voor de Walking Opera worden moet.
Dit is lang geen generale repetitie. Tevergeefs zoek ik naar een heldere verhaallijn. Was ik te vooringenomen bij aankomst of moet ik twijfelen aan mijn kennis van theater? Ken ik de codes van dit medium wel? Tijdens de onderbreking hoor ik dat dit daadwerkelijk over in scène gezette situaties gaat. Iets als een collage, durf ik te begrijpen. Als aaneengeregen foto’s en bewegingen. En ja, regisseur Bart (Van Gyseghem nvdr.) hamert flink wat op de timing, de ultrakorte stills tussenin, de simultane bewegingen, de scherpte en van dat soort meer. En hameren doet hij met letterlijke slagkracht (ben ik blij dat ik niet op scène sta)! Zijn stem klinkt als een salvo donderslagen. Maar de Stap acteurs zijn geen doetjes. Ze hameren terug en zeggen wat hen al dan niet zint. Eentje laat wel even een traantje maar recht de rug binnen de seconde. Dit zijn dan ook volbloedacteurs. Gepokt en gemazeld op de scène.

Ontiegelijk grappig

Het is zeer visueel. Een stuk met weinig woorden maar des te meer grimassen, kreten van verwondering en verbazing. Ontiegelijk grappig ook. Plotsklaps komen, een voor een, personages in een machinale tred als robotten over de scène gedrenteld. De ritmische muziek schakelt ze in de juiste versnelling. Het werkt aanstekelijk. Ik spits mijn oren en hoor mijn collega’s luidop lachen; groen licht dus om me ook te laten gaan.
Wat zo heerlijk is aan het stuk, is dat ze een loopje nemen met de perfectie. Ze hebben het over de halve en de hele. Twee halve samen maken ook een hele, lijken ze te suggereren. En die gedachte is nog zo slecht niet, denk ik dan.
‘Er moet meer vaart in’, roept de regisseur plots. Die ene acteur met zijn Hollands accent spreekt. Zijn stem en toonzetting, die grijns en gladheid: het maakt van hem een buitenstaander binnen het universum van de halve. ‘Bent u verzekert tegen het leven?’, infiltreert hij honend.

Tegengif

Nog nooit woonde ik zo’n repetitie bij. Die intensiteit, het volharden en het vallen en opstaan, daar doet een suppoost zijn hoed voor af.
Het spektakel doet me hardop lachen. Maar af en toe ook ineenkrimpen van angst, eerlijkheidshalve. ‘Het spektakel van de halve en de hele’ vormt een tegengif tegen de oprukkende maakbaarheid van de mens. Om hoogdringend te koesteren! Om hoogdringend te omhelzen!

Groeten,
de suppoost.

ONVERVREEMDBAAR

Brieven.

Ted Oonk, Milou Abel en Monicque Smallegange werken in de bibliotheek van het Museum Dr. Guislain in Gent.
Ik hou me wat op de achtergrond en bestudeer de rekken met ontelbare boeken over de geschiedenis van de psychiatrie, dikke boeken over psychologie en boeken over outsiderkunst.

De drie dames laten zich niet intimideren door de obligate stilte in de ruimte. Ze zijn blij dat ze elkaar terugzien en kwebbelen er op los. Ze schrijven elkaar al maanden aan een stuk brieven. Brieven over de Niptest, over empathie, over aanraken of over zorgen voor elkaar. Brieven over wat er gebeurt in hun leven. Brieven over gewone dingen en grote bijzonderheden.

Ik hoop dat het allemaal goed komt.

Milou slaat haar computer open. Ze heeft een handige, kleine, draagbare luidspreker mee die feilloos op bluetooth werkt. De ruimte van de bib vult zich met de klanken van een lied. Een tijdje geleden heeft Monicque haar gedicht op muziek gezet.
Een breekbare stem vult de ruimte.
Ik hoor de tekst:
twee handen met tien vingers
twee voeten met tien tenen
alles kunnen gebruiken
twee benen die goed kunnen lopen
ik hoop dat het allemaal goed komt met het ongeboren kind

Daarna herhalen de woorden zich.
Het gedicht wordt een kwetsbaar lied.
Ik krijg kippenvel.
Mijn keel snoert dicht.
Gelukkig verwacht geen mens dat een suppoost haar mond open doet.
Ontroering belet me het spreken.
Ook de drie Nederlandse dames zwijgen.
En voor Nederlanders is dat dubbel stil!

Toegedekte levensverhalen.

Eenmaal de klank hervonden, beginnen de drie opnieuw honderduit te kletsen.
Ze zijn van plan hier twee volle dagen te werken. Monicque blijft in Gent slapen. Een heel georganiseer. Haar zoontje is op logement bij haar moeder.
Ze hebben er duidelijk zin in.
De brieven komen boven.
En worden verspreid over de grote tafel.
Er komen blaadjes op te liggen. Alles wordt zorgvuldig gesorteerd per maand.
Het oogt als een intiem geheel, toegedekte levensverhalen.

Ik denk onvermijdelijk aan het gedicht Onvervreemdbaar van Ida Gerhardt.
Ik ken het uit het hoofd en zeg het binnensmonds op:

Onvervreemdbaar.

Dit wordt ons niet ontnomen: lezen
en ademloos het blad omslaan,
ver van de dagelijksheid vandaan.
Die lezen mogen eenzaam wezen.

Zij waren het van kinds af aan.

Onvervreemdbaar is een vreemd woord.
Het betekent niet overdraagbaar op iemand anders…
Net als die brieven, net als het leven, denk ik dan.

Groeten de vrouwelijke suppoost.

Naast, rond, over en door me heen.

‘Vrijdag bijeenkomst van de beeldende kunstenaars in Museum dr Guislain’, zo staat in mijn agenda gestipuleerd.
Zopas schoten mijn twee collega’s als knikkers alle richtingen van de tentoonstellingsruimte in. Het moet zijn dat ze geen exact verzamelpunt hebben afgesproken en vrezen enkele kunstenaars uit het oog te zullen verliezen. Of het moet zijn dat ze nog meer grip willen hebben op het gebouw.

Ze zijn met z’n negenen komen opdagen en palaveren naast, rond, over en door me heen. We vormen spontaan een kring, met mezelf als half vreemde eend in de bijt. Hoewel mijn mening hier niet aan de orde is, werd ik door mijn collega’s aangespoord om niet geïsoleerd in een achterafhoek plaats te nemen.

Met grote verbetenheid

Meteen nemen mijn collega’s het heft in handen. Er komt structuur in deze ochtend. Ze lichten een en ander toe over de verdere indeling en verdeling van de ruimtes. De tekening en de verwachtingen worden in de groep gegooid en er ontspint zich een gedachtenwisseling.
Met grote verbetenheid verdedigen de beeldende kunstenaars hun zaak en plek. En dat het soms spannend kan zijn, dat hoef je mij niet te vertellen. Behendig pareert mijn lichaam afgevuurde stellingen en tegenkantingen, zo blijf ik buiten schot. Maar het moet gezegd, er wordt op een grote mensenmanier gediscussieerd.

Milou, Ted en Monicque hebben bedenkingen. Het was niet wat zij voor ogen hadden. Maar gaandeweg merk ik dat ze een compromis gaan zoeken. Of
zullen omgaan met de omstandigheden, zoals ze dat in de kunsten zo graag zeggen. Jaja, ik begrijp het wel. Daar zou het politieke debat een voorbeeld kunnen aan nemen. Wat is democratie anders dan bereid te zijn tot een compromis? Oplossingsvermogen, daar draait het om.

Karel, die vandaag ook spreekt in naam van zijn partner Elias, heeft zijn tekening gemaakt. Hij lijkt zich in deze fase met voldoening te voegen naar het globale voorstel. Myriam heeft nog veel vragen maar ze uit haar vertrouwen. Dominique en Christophe knikken instemmend terwijl ze nog enkele scherpe kanttekeningen meegeven die stemmen tot nadenken. Franky, de kunstenaar uit het Houtland, liet zich verontschuldigen. Maar het is vandaag zo goed als zeker dat zijn gigant met Down de plek krijgt die hij verdient. En zo pingpongen ze met zijn allen verder, richting uitkomst.

In de buik van het museum

Ik volg het gesprek zo nauwlettend mogelijk. Eerlijk, bij vlagen voel ik me niet zo comfortabel tussen die golven van mondigheid. Maar de zaalwachter in mij overleeft door de kunstenaars, hun overtuigingskracht en houding discreet gade te slaan. Mensenkennis opdoen langs de zijlijn, noem ik het. Kunstenaars leren begrijpen, het is een oefening.

In het zog van de aanwezigen verken ik de buik van het museum. Peter, de dichter –
tot voor kort in stilzwijgen gehuld – spreekt. Hij geeft wijze tips en stelt pertinente vragen. Met al wat ik in de voorbije maanden heb opgevangen probeer ik me in gedachten te verplaatsen in de Walking Opera. Destijds was het koffiedik kijken maar nu krijg ik er zicht op. Druppelsgewijs. Let wel, mijn beste, mijn lippen zijn verzegeld!

Groeten de suppoost

ZZ Top

Hein Mortier, Peter Holvoet Hanssen, Bart Van Gyseghem,

ZZ Top

De meeting is nog niet begonnen en het gaat er frivool aan toe. “Het zijn net die gasten van ZZ-top*” zegt Mark van theater Stap me, en hij verwijst naar Bart met de lange baard regisseur van Stap, naar Hein met de lange baard regisseur van de Figuranten en Peter Holvoet Hanssen schrijver/regisseur van Onderland en die kerel van ZZ Top zonder baard! Er zit verdorie rock ‘n roll in dit trio!
De sfeer is zomers en top. Dit kan wel helpen want vandaag willen we een stap vooruit in het bij elkaar puzzelen van de Walking Opera.

Een strikte timing.

We bezoeken nogmaals de toon- en speellocaties in museum dr Guislain. Onze artistiek leider herhaalt duidelijk de strakke timing. De spelers knarsetanden, willen meer tijd, maar dit is
o n m o g e l i j k!
Zoals gewoonlijk verloopt de meeting erg efficiënt en tegelijk ontspannen. Mijn taak is voornamelijk meedenken wat de positie van het publiek kan zijn.
Het is de eerste maal dat ik de vier verhalen van de Walking Opera na elkaar hoor en stilaan zie ik het geheel ontstaan. De technische fiches krijgen vorm en de onderhandelingen lopen vlot. Alleen de plek van het publiek blijkt iets moeilijker dan gedacht. Een museum is nu eenmaal niet gebouwd om met een grote groep mensen naar een podium te kijken. Niet evident. Ik had ze al dikwijls willen verwittigen maar alles op zijn tijd zegt ons artistiek team altijd.

Te veel voor de acteurs.

Plots loopt de bespreking vast op een discussie omtrent de draagkracht van de acteurs. Het ‘ZZ Top’ trio stelt zijn veto. Ik hoor en zie hoe ze hun acteurs in bescherming nemen. Schoon.
Het worstcasescenario wordt opgedreund en het been stijf. Neen, dit kunnen we de acteurs niet aandoen, iedereen is overtuigd. Maar hoe moet het dan verder? Hoe ze erbij gekomen zijn weet ik niet meer maar de oplossing bleek een wiskundige spielerei:
‘als we de speelmomenten delen door twee maar de voorstellingen maal twee en het aantal bezoekers per speelmoment gelijk houden dan is het probleem opgelost en veranderd er niets voor het publiek. Integendeel het aantal voorstellingen is verdubbeld met toch minder inspanning voor de acteurs.

Wees gerust je gaat het niet merken.
Groeten van de suppoost met knieprobleem

*ZZ Top Amerikaanse rockband met succes in de jaren ‘70 en ‘80

Courage

Net als.

detail reus door Franky Delaere

Bijna iedereen moest lachen toen ik vorig jaar vertelde dat ze op mijn werk een grote ‘supermongool’ maken voor op de tentoonstelling Bloedtest.
Twee en een halve meter hoog en op een sokkel van een halve meter maakt samen drie meter Down. Plezier maar ook schroom. Het woord wordt vandaag de dag niet meer uitgesproken en is ook als scheldwoord ongepast. Beter noemen we het beeld een reus met het syndroom van Down.
En dan nog.
Waar komt de drang vandaan om mensen een label op te plakken? Behalve een aantal gelaatskenmerken zijn de mensen met Down die ik bij Wit.h leerde kennen, nogal verschillend als persoon. Net zo als al die andere kunstenaars en bezoekers die hier over de vloer komen.

Over de gevolgen.

Een aantal deelnemende kunstenaars waren bang dat zo’n reus alle aandacht op hem zou vestigen en zo de bezoekers doet denken dat Bloedtest een tentoonstelling is over mongolisme of het syndroom van down. En dit is het niet.
Het Down syndroom en hoe de huidige samenleving hier mee omgaat is de aanleiding voor dit project. En dan vooral het idee dat via een druppel bloed het syndroom tijdens de zwangerschap kan ontmaskerd worden en dus de geboorte voorkomen, wanneer de ouders dit wensen.
Veel meer focust dit project op de gevolgen van onze medische vooruitgang op sociaal en maatschappelijk vlak. En hou je vast, het is me nogal wat (nvdr lees na bij Magazine en Bibliotheek op deze site) en vreemd genoeg blijft het maatschappelijk debat hierbij erg stil.

schaal modellen reus

Een uitdaging nodig?

Maar in de eerste plaats is het natuurlijk een artistiek project. ontstaan bij Wit.h maar intussen door talrijke heel diverse kunstenaars vorm gegeven.
Een van de deelnemende collectieven is de Beelderij uit Lichtervelde. Zij maken de reus in keramiek. De figuur is groot en sterk als een reus maar tegelijk maakt de klei waaruit hij is opgebouwd hem erg breekbaar. Krachtig en broos tegelijk. Zoals het leven met een beperking ook kan zijn.
Het werkproces bezorgt Franky Delaere, die het artistieke werk levert soms wel kopzorgen. Hij maakte eerst talrijke schaalmodellen, met weinig detail maar telkens een beetje groter. Alles samen wordt hij 3 meter hoog! Wanneer we het atelier bezoeken met het ganse team van wit.h voelen we een uiterst positieve sfeer. Hier wordt hard gewerkt en geleefd. Ook mensen met een beperking hebben uitdaging nodig denk ik dan en natuurlijk veel courage.

Groeten,
Suppoost met knieprobleem

Ik ben een zuur-stof-con-su-ment

Intens stil-leven

Arnaud Rogard moet opgehaald worden bij theater de Figuranten in Menen en naar huis gebracht in Stasegem. Ik speel dolgraag chauffeur voor hem. De ganse reis zitten we dan naast elkaar zonder woorden. Enkel Klara op de radio en genieten. On the road met Arnaud is stil maar intens leven. Hij rijdt zelf niet met de auto en de hulp voor mensen met een beperking op ons openbaar vervoer is dusdanig miserabel georganiseerd dat we het opgegeven hebben. Hoe jammer!

Hein Mortier en Arnaud Rogard

100% – Focus

Vandaag kom ik een uurtje vroeger. Dan kan ik hem aan het werk zien. Sinds december vorig jaar werkt hij samen met regisseur Hein Mortier, artistiek leider van de figuranten aan een nieuw theaterstuk in opdracht van het project Bloedtest.
Ik sluip naar binnen en merk beide heren voorovergebogen aan tafel. Ze ontcijferen moeilijke woorden. Die dan, als ik het goed begrijp, Arnaud van buiten leert. “Zuur-stof-con-su-ment”, amai ik merk onmiddellijk een heel hoge concentratie krakende hersencellen. Maar Arnaud plooit niet en bijt zich vast in de tekst: 100% focus.
De tekst is geschreven door een zekere Paul (Pouvreur nvdr) en ondanks hij in dialoog ging met Arnaud, houden de zinsconstructies weinig rekening met de verstandelijke beperking. Ik begrijp het niet meteen maar laat niets merken, wil hun werkproces nu niet ophouden.

Moeilijk-maar-mogelijk

Tot slot van de repetitie brengen ze de tekst samen met de bewegingen die ze eerder ingeoefend hebben. Onmiddellijk weet ik waarom ik hier zo graag kom. In een wenk gebeurt iets magisch. Ondanks de afwezigheid van een publiek tovert Arnaud een blik op zijn gezicht die mij bij het nekvel neemt. Dan ontstaan kleine bewegingen vanuit zijn vingers die uiteindelijk heel traag zijn ganse lichaam in een verkleinde oervorm brengen. En net in die oncomfortabele houding zegt Arnaud zijn tekst feilloos op.

Omdat ik zo verward toekijk vertelt Arnaud mij het ganse verhaal en verduidelijkt Hein me hoe ze te werk gaan. Weet je, het doet deugd om te zien hoe hard mensen werken om iets persoonlijks te maken. En welk ingenieus systeem ze uitvinden om de moeilijkste zaken toch mogelijk te maken. En straks, ik voel het nu al, zullen ze het publiek bij het nekvel nemen.

Groeten,
Suppoost met knieprobleem

ART SHOULD RISE QUESTIONS

Frank Tony Laurence Robbert

De relatietherapeut

In mijn hoofd ben ik al aan de overkant maar in de realiteit stap ik in een koude auto en vertrek langs een bevroren weg.
Vandaag ruil ik mijn suppoosten job in het goed verwarmde museum, in voor een koud kunstenaarsatelier in Sint – Amandsberg.
Ik haal de eerste twee kunstenaars af. Ze zitten te wachten en stappen gewillig in mijn auto als taxi richting atelier. Ook zij zijn nog niet echt wakker. Het gesprek gaat over eten, een nieuwe gsm, een tablet waar je spelletjes op kunt spelen en alle TV – soaps van de avond ervoren. Ze lijken wel de King and the Queen op de achterbank en kibbelen er heftig op los.
Van suppoost naar chauffeur, daar nog aan toe, maar een opleiding relatietherapeut heb ik niet echt.

Alles is nader te bepalen

Ik zet een vrolijke deun op, de zon daagt in het oosten en de sfeer wordt beter.
Het koppel kunstenaars nestelt zich gezellig op de achterbank en ik speel de perfecte taxi chauffeur, ogen open en oren toe.
We arriveren aan de grote poort van het grote atelier van de andere twee kunstenaars. Dit is een onvermoede buurt in Gent. Deze straat staat vol met mooie woonhuizen. Achter de poort zit een groot atelier verborgen. Boven het atelier bevinden zich nog verschillende andere ateliers. Eén daarvan is van Dirk Zoete, een kunstenaar die ook de wereld als een schouwtoneel ziet en verbeeldt. ‘Alles is nader te bepalen. Naargelang de situaties zich voordoen’. Ik heb die mooie expo in het SMAK gezien. Tja, suppoosten gaan ook wel eens piepen bij de collega’s. We zitten niet meer stil op een stoel!

Collectieven zijn van deze tijd

Het kunstenaarschap is ook niet meer wat het was in de tijd van Van Gogh. Geen romantische zolderkamers meer waar je in eenzaamheid creatief zit te wezen. Deze kunstenaars werken met vier samen. Collectieven zijn van deze tijd. Elk werk ontstaat aan een tafel van 2 op 1 meter. Ik kijk mijn ogen uit in dit reuze groot atelier tussen orde en wanorde in. Kunstobjecten zijn gesorteerd aan de muur. Een grote indrukwekkende installatie staat in het centrum. Dat is nu zo typisch. Kunst is fantastisch nutteloos. Dat bespaart ons een hele boel ballast. Ik lees een tekst op de muur van het atelier: ART SHOULD RISE QUESTIONS

De ene kunstenaar suggereert, de andere spreekt tegen, de derde voert uit, de vierde stuurt het proces.

De creativiteit spat hier van de muren. Ik nestel me in een hoek. Ik ben aanwezig afwezig. Na wat kort geklets over het weekend, trekken ze alle vier een ‘vuile schort’ aan. De klei ploft op de tafel. Binnen de 10 minuten zijn ze aan het werk. De ene maakt koralen, de andere een gorilla neus, de derde munten en het vrouwtje maakt een vaasje met de aanzet van een bloem.
Ze kleien en kletsen. Het gesprek gaat het ene moment over de soep die aangebrand is, over een kind willen, een kind krijgen, later misschien.
Het andere moment vertellen ze over de liefde, over kunst, over tentoonstellen.

Nu is het omgekeerd. Ik doe mijn ogen haast toe, maak me onzichtbaar maar mijn oren staan wijd open.
De ene kunstenaar suggereert, de andere spreekt tegen, de derde voert uit, de vierde stuurt het proces.
En ik zie de aantallen van de kunstobjecten groeien terwijl ik ernaar kijk. Een schitterende koraal, een salamander, tegels en geglazuurde munten.

Groeten
de vrouwelijke kunstenaar

“Het is niet omdat het kan, dat we het moeten doen”

Mirjam Plantinga en Piet Devos

Het is slechts een van een aantal opvallende uitspraken die Mirjam Plantinga toevertrouwd tijdens het interview voor het e-magazine van Bloedtest.
Ik heb niet al haar quotes onthouden. Daarvoor verwijs ik naar het magazine op deze site. Maar Mirjam is vrij helder in haar ideeen. Dit is wel te verwachten van een ‘Noorderlinge’ maar volgens mij heeft het vooral te maken met haar persoonlijke betrokkenheid bij de onderzoekswereld binnen de genetica en haar overtuiging dat de samenleving hier zijn taak dringend moet opnemen.
We kunnen als gewone stervelingen onmogelijk het wetenschappelijk onderzoek bepalen maar in een democratie mogen we wel verwachten inspraak te krijgen in wat we met de resultaten aanvangen.

Blindengeleidehond

Het interview heeft plaats in het Universitair Medisch Centrum in Groningen, het noorden van Nederland. Wit.h heeft Piet Devos (literatuur wetenschapper) gevraagd een interview reeks in te blikken over de gevolgen van de Nip test. De perfecte man, zoveel is zeker, en dat Piet zelf blind is doet niet ter zake. Of toch? Wel, ik had de eer zijn persoonlijke begeleider te zijn tijdens deze tweedaagse reis. Had dit nooit eerder gedaan en was dan ook erg benieuwd of ik genoeg ‘blindengeleidehond’ in me heb?
Ik ben blij dat we niet in een anoniem Ibis hotel moeten verblijven, onze chef heeft een appartement gehuurd. Maar bij aankomst ging er toch een alarm af. Het appartement stond bomvol vintage meubels, staande lampen, nepplanten, cactussen, jaren 70 design, etc etc etc… Een prachtige afwisseling op een studiereis maar tegelijk een ingewikkeld labyrinth waar Piet zich een weg doorheen moest banen. Zoveel is zeker, we hebben er wat afgelachen! Woef woef.

Solidariteit

Het interview verloopt vlot. Piet is goed voorbereid, Mirjam vindt het erg belangrijk om aan Bloedtest mee te werken.
Ik hoor dat wij allemaal afwijkingen met ons meedragen. Bij een zwangerschap bestaat de kans dat die samen komen met afwijkingen bij de partner en als het dan tegenzit krijgen we een … BOEM. En wat dan? Ja wat als?
Wat als de kans bestaat dat er ziekte of afwijking onstaat bij dit nieuwe leven? Dan krijg je plots als toekomstige moeder of vader heel veel verantwoordelijkheid. Misschien moet er wel beslist worden over leven en dood? Kunnen we dit wel aan?
Ik krijg het een beetje benauwd. Soms denk ik dat alle solidariteit verdwijnt in onze samenleving. Iedereen moet zowat voor alles zijn eigen verantwoordelijkheid dragen. Ik weet niet of ik dat kan en of ik dit wil?

En actie!

Koen Moerman

Onze vaste cameraman Koen Moerman filmt met twee camera’s tegelijk. Samen met Piet wordt het interview achteraf gemonteerd en iedere tiende van de maand verschijnt een videointerview op het e-magazine van Bloedtest. Mirjam is ingepland voor april, we krijgen eerst nog Silke Brands en Oskar Stalpaert en later ook nog Petra de Sutter, Stefan Brijs, e.a. …

Groeten,
Suppoost met knieprobleem

Vroege Vogels

Vroege vogels

Een Leporelloboek wordt het. Een zigzagboek dat opengevouwen en languit minstens tien meter lang meet. Christoph, een van de twee kunstenaars, schrikt zelf van de snelle voortgang. De twee zijn amper driekwart bezig en het lijkt erop dat het boek wel minstens honderd meter lang wordt, het scenario van het verhaal en de vaart in acht genomen!

Het is nog geen acht uur in de morgen wanneer ik de Kortrijkse binnenstad binnenrijd. Ik was vandaag vroeg uit de veren en stak een tandje bij, want ik moest de twee voor zijn om hen goed en wel te ontvangen aan de Overkant. Christoph Bruneel en Dominique Beun zijn nogal matineus van aard. In gewone mensentaal staan ze bekend om hun ochtendlijke daadkracht, welteverstaan. Ik kruis ze in tegengestelde richting, alsof ze reeds lang voor het ochtendgloren door de ontwakende stad aan het ronddwalen zijn. Rondjes lopen, de tijd doden, tot die arme suppoost eraan komt. Ai.
Tja, ik, die naar mijn overtuiging en discipline altijd tien minuten te vroeg verschijn (ik wil niks aan het toeval overlaten), zal mijn conditionering geweld moeten aandoen om die twee voortaan op vrijdagochtend op hun wenken te bedienen.

Een uitgesponnen verhaal

Haastig schenk ik hen een kop koffie in. De twee zijn harde werkers. Zelfs koffie is voor hen geen noodzaak. Het zijn geen woordenverspillers maar mannen van de daad. En dat laat zich meteen voelen. De eerste passage van hun boek wordt al snel bevolkt door dames. Meestal naakt, soms schaars gekleed, met Schotse rokjes – van dat soort. Een woud van dames.
‘Kwaliteit’, zegt Dominique tussendoor. ‘De meisjes!’, vervolledigt hij. Alsof hij de hoofdrolspeelsters in een uitgesponnen verhaal introduceert. De eerste passage in wording ligt er al snel weelderig bij. De opengevouwen papierstrook steunt op tafels en stoelen, over een lengte van om en bij vier meter.

De dames loodsen mijn blik mee door de intro van het verhaal. Van bij aanvang staan ze behoorlijk wild, als je het mij vraagt. Maar die extase gaat snel liggen. Enkele passages verder vallen ze precies stil en worden devoot. Gek, maar iets in mij zegt dat dit niet pluis is. Of vals alarm. Er staat vast wat te gebeuren, voor zover ik het duo Bruneel – Beun ken en al aan het werk zag in andere tijden. Een suppoost heeft een goed getraind geheugen; die zet je niet snel op het verkeerde been.

Voortdoen en niet omzien

Het voelt heel comfortabel aan met een koppel van dit allooi in de buurt. Alsof ze al jaren onophoudelijk een stel vormen en woordenwisselingen al lang ballast zijn geworden. Af en toe een woord mompelen onder het werken, ja, maar karig en onbewust. En verder vooral voortdoen en niet omzien.
Gelijk twee monniken zitten ze over hun tekenbladen gebogen. In schril contrast met wat het verhaal lijkt te worden. Want ik verneem tussen de regels door dat er nog een dosis bedreiging en spanning op ons afkomt binnen het verhaal. Maar dat is voor de volgende elf werksessies. Ik laat ze in hun stille ijver en bedwing mijn nieuwsgierigheid. Volgende vrijdag zijn ze hier immers terug. En wordt het heel vroeg opstaan.